Foto (van links naar rechts): Emmanuel Dekemper (BIRA), Jurgen Vanhamel (BIRA) en Mark Vanlook (DronePort)

Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA), een Belgische Federale Wetenschappelijke instelling, onderzoekt hoe ze door middel van drones luchtvervuiling beter in kaart kunnen brengen. Het instituut heeft een systeem ontwikkeld waarbij ze visuele informatie doorheen een kristal sturen om luchtvervuiling onder de vorm van NO2 zichtbaar te maken. Ze onderzoeken nu samen met DronePort hoe ze het systeem kunnen inzetten vanuit de lucht met behulp van drone-technologieën.

Sinds haar oprichting in 1964 doet het BIRA onderzoek en geeft het publieke dienstverlening op het vlak van de ruimte-aeronomie. Dat is de fysica en chemie van de atmosfeer van de aarde, van andere planeten en van de kosmische ruimte. De wetenschappers bouwen bijvoorbeeld instrumenten om atmosferen en de ruimteomgeving in kaart te brengen. Ze zorgen voor de data capturing en handling van verschillende instrumenten aan boord van het Internationale Ruimtestation (ISS) en nemen deel aan internationale waarnemingsprogramma’s.

In het kader van zo’n waarnemingsprogramma werkt het instituut aan een concreet project om luchtvervuiling te detecteren. “We hebben een visueel systeem ontwikkeld waarbij we visuele informatie doorheen een kristal sturen om luchtvervuiling onder de vorm van NO2 zichtbaar te maken”, vertelt Ing. Jurgen Vanhamel van het BIRA. “Concreet kunnen we op die manier foto’s maken waarop met een variërende kleurschaal zichtbaar is of er veel of weinig NO2vervuiling aanwezig is.”

Het eerder opgezette CurieuzeNeuzen-project van de Universiteit Antwerpen gaf reeds een duidelijk beeld van de gemiddelde vervuilingsgraad op zeer lokaal niveau en is van sterk wetenschappelijke waarde. Door deze NO2-camera, die de nodige gevoeligheid en detailniveau biedt, op lage hoogte boven steden te laten vliegen kan men de vervuiling op regio-, wijk- of straatniveau gaan inkleuren, hetgeen een goede aanvulling is op het CurieuzeNeuzen-project.

Met satellieten kan dat ook gedaan worden, maar die manier laat niet toe om dit erg nauwkeurig te doen. Via satelliet zal het eerder om een globale vervuilingsgraad van een stad of regio gaan met een nauwkeurigheid van verschillende kilometers. Het wordt echter steeds belangrijker om de schaal te verfijnen om zo de echte vervuilers op te sporen en de luchtkwaliteit op lange termijn te verbeteren.

De onderzoekers willen daarom hun NO2-camera nu verkleinen en lichter maken en de meerwaarde gaan zoeken door het onder een drone te monteren. “Het systeem dat we nu hebben creëert een skyline-view. Dat geeft al een indicatie van mogelijke vervuilingsbronnen, maar kan geen exacte locatie bepalen. Door vanuit de lucht te meten, kunnen we NO2-maps aanmaken waarbij we op straatniveau de mogelijke vervuilingsbron proberen vast te leggen via het maken van beelden. Door recht boven de straten te vliegen kunnen die maps geproduceerd worden. Hiermee kennen we de exacte positie van de vervuiler.”

“We zijn erg onder de indruk van de testfaciliteiten die DronePort te bieden heeft”, vervolgt Vanhamel. “Voor de volgende fase in ons project zoeken we een partner die ons kan helpen om een concreet eindproduct met behulp van drone-technologie te ontwikkelen en te testen. In DronePort hebben we alle middelen voorhanden om dat te doen en de campus lijkt hiervoor dus de ideale partner. We kijken ook naar enkele bewoners van de campus die ons wegwijs kunnen maken in de drone-technologie en die de koppeling van ons systeem aan een gepaste drone kunnen verwezenlijken.”

Share This